20 Corona mythes ontkracht

Hieronder worden 20 mythes rondom het coronavirus ontkracht. De tekst verscheen oorspronkelijk op 23 december 2021 op de website van PANDA (Pandemics Data & Analytics), een groep multi-disciplinaire professionals welke wetenschappelijke verklaringen zoekt op basis van beschikbare data. De tekst is met toestemming van PANDA in het Nederlands vertaald. De argumentatie is nog steeds geldig, sterker nog: de bewijslast rondom de 20 mythes wordt alleen maar sterker.

Mythe 1: Het is een nieuw virus

Werkelijkheid: het virus is nauw verwant aan wijdverbreide beta-coronavirussen, die 65-70% genetisch materiaal delen.

Mythe 2: Iedereen is vatbaar (immunologisch naïef)

Werkelijkheid: Reeds bestaande of kruis-immuniteit is wijdverbreid, en bovendien genieten kinderen bijna universeel een robuuste aangeboren immuniteit.

Mythe 3: Het virus is dodelijk

Recente peilingen hebben aangetoond dat het gemiddelde publiek gelooft dat het sterftecijfer na infectie (IFR) 20 tot 38% is.

Werkelijkheid: de studie van Ioannidis, de meest uitgebreide tot nu toe, onthult dat de wereldwijde IFR voor mensen onder de 70 jaar 0,05% is, waarbij bijna alle dodelijke slachtoffers ernstige nevenaandoeningen hadden. Voor de gemiddelde bevolking is de IFR minder dan 0,01%, wat betekent dat het risico voor de meeste mensen verwaarloosbaar is.

Mythe 4: Lockdowns zijn effectief in het verminderen van sterfgevallen

Werkelijkheid: meer dan 50 onderzoeken hebben aangetoond dat lockdowns geen gunstig effect hebben op de sterfte door Covid en dat ze de algehele sterfteresultaten verslechteren wanneer non-Covid nevenschade wordt meegerekend. Lockdowns hadden nooit eerder een plaats in richtlijnen voor de volksgezondheid. Het werd bepleit door mensen die voor gemilitariseerde benaderingen van pandemieën zijn. Lockdowns zijn volledig in tegenspraak met de volksgezondheid en de epidemiologische praktijk en theorie.

Mythe 5: Mondkapjesverplichtingen zijn effectief

Werkelijkheid: de meest uitgebreide studie tot nu toe, door de Europese CDC, toonde aan dat bijna alle documenten die het gebruik van mondkapjes ondersteunen, weinig bewijskracht hadden en dat de meeste tekenen van vooringenomenheid vertoonden. De WHO gaf toe dat de omkering van de effectiviteit van maskers politiek gemotiveerd was. Er is geen bewijs in de internationale epidemische gegevens te vinden van de werkzaamheid van mondkapjes. Er is onthuld dat gedragswetenschappelijke teams mondkapjes hebben ingezet als een instrument van psychologische oorlogsvoering (om de naleving van maatregelen te vergroten).

Mythe 6: Overdracht vindt plaats via druppeltjes, dus mondkapjes, de anderhalve meter regel en perspex schermen zijn effectief.

Werkelijkheid: de meest uitgebreide studie tot nu toe, uitgevoerd door het Oxford Centre for Evidence-Based Medicine, vond geen bewijs voor de overdracht via druppeltjes en fomiet. Aërosol transmissie via de lucht heeft de meeste bewijskracht, net als voor andere respiratoire virussen. Bijna alle tegenmaatregelen die tegen hoge kosten worden ingezet, hebben geen wetenschappelijke basis.

Mythe 7: Verspreiding vind plaats via asymptomatische personen.

Werkelijkheid: Primair bewijs suggereert dat het tegenovergestelde het geval is: dat asymptomatische geïnfecteerde mensen bijdragen aan immuunherkenning en deze te versterken. Asymptomatische gevallen zijn zeer zelden verantwoordelijk voor overdracht van ziekten en iets minder zelden bij overdracht van infecties.

Mythe 8: Een positieve PCR test bewijst infectie/ziekte of doodsoorzaak.

Werkelijkheid: PCR-testen zijn niet geschikt voor de diagnose van COVID of de detectie van "besmettingen", infecties of geïnfecteerdheid. Met name wanneer het wordt ingezet bij hoge "cyclusdrempels", is het vatbaar voor het genereren van epidemiologische valse positieven, met ernstige economische gevolgen.

Mythe 9: COVID-19 is onbehandelbaar. Niets kan worden gedaan tot aan het moment van ziekenhuisopname waarna kunstmatige beademing en Remdesivir moet worden toegepast.

Werkelijkheid: Vroege interventie in de periode van 6-8 dagen wanneer de ziekte de ontstekingsfase ingaat, is opmerkelijk effectief gebleken, waardoor het aantal sterfgevallen drastisch wordt verminderd. Remdesivir en vroege beademing hebben velen gedood. Off-label medicijnen hebben in veel onderzoeken hun werkzaamheid aangetoond, maar zijn het doelwit van voor de hand liggende propaganda door farmaceutische bedrijven en oude media.

Mythe 10: Vaccinatie voorkomt overdracht.

Werkelijkheid: Juist door hun werkingsmechanisme kunnen injecteerbare vaccins de overdracht niet wezenlijk voorkomen. Dit is niet eens een claim van hun fabrikanten, maar van politici en onzuivere wetenschappers. Er is geen bewijs voor transmissievermindering in de internationale epidemische gegevens. Het argument "voor het grotere goed" klopt niet.

Mythe 11: Vaccins zijn ongeveer 95% effectief.

Werkelijkheid: Manipulatie van de onderzoeken om aanvankelijke negatieve werkzaamheid als gevolg van immunosuppressie te verbergen, is wijdverbreid. De werkelijke werkzaamheid is lager dan aangegeven, en blijkbaar ook negatief na 20 weken of zo. "Echte wereldstudies" verdubbelen deze fout door de recentelijk gevaccineerde als niet-gevaccineerd te behandelen, een benadering die niets minder dan grove wetenschappelijke fraude is.

Mythe 12: De vaccins zijn zo veilig dat niemand hoeft te twijfelen om het te nemen.

Werkelijkheid: De vaccins hebben in meerdere landen tot ongekende hoeveelheden bijwerkingen geleid. De werkingsmechanismen van deze bijwerkingen zijn bekend. We krijgen voortdurend meldingen binnen van opzettelijke en draconische onderdrukking van het melden van bijwerkingen in Zuid-Afrika en elders. Er kan een groep mensen zijn voor wie de voordelen groter zijn dan de nadelen, maar totdat aan onze verzoeken om gegevenstransparantie wordt voldaan, is het moeilijk te zeggen hoe groot deze groep is.

Mythe 13: Iedereen heeft baat bij vaccinatie.

Werkelijkheid: De huidige vaccins kunnen mogelijk netto voordeel hebben voor de kwetsbare, niet-herstelde minderheid. De meerderheid van de bevolking, inclusief de jongeren en de herstelden, lijdt netto schade door vaccinatie.

Mythe 14: Natuurlijke immuniteit is minder breed, duurzaam en krachtig dan synthetische immuniteit.

Werkelijkheid: Door zijn werkingsmechanismen is synthetische immuniteit veel beperkter dan natuurlijke immuniteit. Natuurlijke immuniteit verleent immuniteit op middellange termijn, terwijl synthetische immuniteit dat niet kan. Door een groter scala aan immuunresponsen op te roepen, kan worden aangenomen dat natuurlijke immuniteit een duurzamere en flexibelere (tegen varianten) bescherming biedt dan synthetische.

Mythe 15: Er bestaat onwrikbare wetenschappelijke consensus.

Werkelijkheid: Wetenschap is een proces dat alleen verloopt via theorievorming op basis van data en een open houding wat betreft kritiek. Zie ook het Zaplog artikel over dit specifieke onderwerp, waarom consensus en wetenschap niet samengaan.

Mythe 16: Long COVID is een ongewoon en gevaarlijk aspect van de pandemie.

Werkelijkheid: Langdurige effecten na het doorlopen van de ziekte lijken niet vaker voor te komen bij COVID dan bij andere luchtwegvirussen. Waar Long COVID-klinieken zijn opgezet, zijn ze stilletjes gesloten, ongebruikt.

Mythe 17: Infectieziekten van de longwegen kunnen worden beheerst.

Werkelijkheid: nul-COVID-beleid heeft gefaald waar het ook is geprobeerd. Dierlijke reservoirs maast zulk beleid nutteloos.

Mythe 18: Pandemieën zullen vaker gaan voorkomen omdat er meer contact is tussen mensen en dieren en omdat mensen meer onderling verbonden zijn.

Werkelijkheid: Verstedelijking en commerciële landbouwpraktijken hebben het contact tussen mens en dier verminderd. De onderlinge verbondenheid van mensen betekent dat er wereldwijd veel milde virussen worden verspreid, waardoor het immuunsysteem meer dodelijke varianten herkent die kunnen ontstaan. Vergelijk dit met het lot van de inheemse volkeren van Zuid-Amerika toen ze voor het eerst werden blootgesteld aan Europese ziekten.

Mythe 19: Het verminderen van verspreiding vermindert sterfgevallen.

Werkelijkheid: Het verminderen van de verspreiding door de mobiliteit van de niet-kwetsbare personen te beperken, verschuift de ziektelast naar de kwetsbaren, waardoor er meer van hen sterven voordat de ziekte endemisch is geworden.

Mythe 20: Overdrijving van het verwachte gevaar is in het belang van het publiek.

Werkelijkheid: Het overdrijven dan een dreiging drijft hysterie, wat leidt tot uitgesproken en dodelijke nocebo-effecten (effecten van negatieve verwachtingen op uitkomsten, het tegenovergestelde van placebo-effecten).

Some Rights Reserved (CC BY-SA 4.0)
1
  1. zaplog@zaplog
    #155775
    -- selected for frontpage by system --

Log in om te reageren